Nouschka

De weken voor kerstmis nam ik een lied mee over een kat, Nouschka. Nu heb ik zelf niet heel veel met dieren, maar de leerlingen in groep 4 over het algemeen wel. Dus vooruit, daar gaan we. Ik heb de akkoorden voor de gitaar uitgezocht en opgeschreven. De tekst van het lied erbij. Ik zit klaar met mijn gitaar en de leerlingen komen binnen.

Het beeld van de muziekjuf met de gitaar kennen ze goed. Daaraan verder niks nieuws. Ik begin de les en vertel over het katje Nouschka en dat zij voor het eerst Kerst gaat meemaken. Dan zing en speel ik het lied. De klas luistert. Het refrein luidt:

Sterren voor de ramen
Mensen komen samen
Dat doet kleine Nouschka veel plezier
Kaarslicht in de bomen
Je ziet haar zitten dromen
Kerstfeest is een feest voor mens en dier

Het is een wat weemoedig lied, vind ik. De kinderen dromen weg als ik zing. Ik vraag wie ook een jong huisdier heeft dat dit jaar voor het eerst een kerstboom ziet. Misschien kijkt dat dier wel net zo nieuwsgierig als Nouschka naar de boom en de kerstballen. Het gesprek komt op gang. Ik leer het refrein aan de klas. Dan speel en zing ik het hele weer, waarbij ze het refrein meezingen. Ze doen hun best en de woorden komen er al aardig in. Even later zucht een leerling diep en is een beetje verdrietig. Wat is er, vraag ik hem. Hij vertelt dat hij een beetje verdrietig wordt van het lied, maar hij heeft ook een warm gevoel. Hij kijkt er moeilijk bij. Hij is er een beetje van in de war.

Ik vraag rond hoe andere leerlingen zich voelen en of ze dit herkennen. Ik voel dat er een dun vlies om ons heen komt, een vlies dat ons verbindt. Er ontstaat een open sfeer waarin het niet erg is om te delen dat je soms verdrietig bent. Ik vertel dat ik dat ook weleens heb als ik muziek maak, of muziek luister. Dat een lied bijvoorbeeld ergens over gaat waardoor je aan een persoon of dier moet denken dat je lief vindt. En dat je soms een beetje moet huilen daarvan. Omdat diegene of dat huisdier er niet meer is en je die mist. Dat is helemaal niet erg.

Het warme gevoel dat de jongen ook krijgt bij het lied, hoort er net zo goed bij. “Bijzonder he?” zeg ik. Hij knikt. Heerlijk om dit met hen te delen.

Advertenties

Vaktherapie in beeld

Omdat ik nog vaak de vraag krijg wat het nou precies is dat ik doe, ben ik erg blij met het volgende bericht èn de filmpjes zelf.

In 2013 en begin 2014 is hard gewerkt aan de productie van films over vaktherapie. Dennis Spronck heeft in het kader van zijn afstudeerproject ‘Vaktherapie in Beeld’ aan de opleiding Communication & Multimedia Design een aantal korte profieldocumentaires gemaakt, waarin zowel vaktherapeuten als cliënten in woord en beeld laten zien wat vaktherapie inhoudt. Dat sloot aan bij de behoefte binnen de FVB en verenigingen aan beeldmateriaal over ons vak. De FVB heeft Dennis ondersteund bij het benaderen van vaktherapeuten en cliënten (via de leden) die het aandurfden om voor de camera te gaan.

Het resultaat: www.vaktherapieinbeeld.nl.

    • Eén overkoepelende video over vaktherapie (onder de knop ‘vaktherapie’): Kathinka Poismans.
    • Per discipline een filmpje waarin een vaktherapeut heel helder uitlegt wat de betreffende discipline inhoudt. De verhalen worden ondersteund door beelden van cliënten in de therapie:
      Beeldend – Suzanne Haeyen
      Dans – Renate Hoenselaar
      Drama – Elsa van den Broek
      Muziek – Ad de Laat
      PMT – Luke Faassen
  • Per discipline twee filmpjes waarin cliënten vertellen én laten zien wat de betreffende vorm van vaktherapie voor hen betekend heeft.

Voor wie (nog) eens wil kijken en luisteren naar cliënten en therapeuten die samenvatten wat muziektherapie, en andere vormen van therapie, inhoudt. Mooi gedaan, Dennis Spronck.

Improvisatie

Filosoof Coen Simon schrijft in de Trouwbijlage van afgelopen zaterdag over improviseren. Hij was bij de studiedag Muziektherapie die daarover ging, waar ik ook bij was. Simon doet mee aan een workshop die ‘klank en ritme’ heet. Hij vertelt van een werkvorm waarbij vier mensen met een draaiende beweging een stok moeten doorgeven in de kring, steeds een persoon overslaand. “Na wat haperingen ontstond heel even een indrukwekkend golvend patroon, dat toen met veel gegiechel strandde in wanordelijk gehuppel.” Na wat instructie kwam de kring als een wiel in beweging en ontstond de magie (hij kiest het woord zelf!).
Dan merkt hij dat de magie abrupt wordt verbroken. Waardoor het komt? Volgens de een moeten ze meer loslaten, volgens de ander is het juist de truc om te focussen op de mensen met die je de stok uitwisselt.
Nu komt het.
Simon: “Dit zijn twee dingen die mis kunnen gaan bij een improvisatie: of je laat je teveel meevoeren door wat je overkomt, of je houdt stellig vast aan een plan. Wil je dat er muziek klinkt, dan moet je bereid zijn voortdurend van de ene houding over te schakelen naar de andere. Laat je je teveel gaan, dan wordt het een rommeltje, volg je nauwgezet je plan, dan loop je vast.”

Bij improvisatie gaat het wat ons betreft om het doen, het handelen. Wij, de vaktherapeuten die werkvormen doen rond improvisatie, maar ook wij, de open mensen in de samenleving. Doordat je niet weet wat er (muzikaal) komt, kun je je niet voorbereiden, en dat hoeft ook niet. Het maakt ook vrij, zo spelen. Daarom doen we het. Iedereen, ook in het dagelijks leven. Soms zijn we genoodzaakt, als de bus niet komt of iemand afzegt terwijl je op de afspraak rekende, maar ook zoeken we dat vrije gevoel op. Niet weten wat er komt = niet kunnen (be)denken = ook even niet hóéven denken.

Wie goed doet!

De muziek doet het werk. Ik hoef niks te doen, ik ben mezelf en neem natuurlijk mijn kennis en ervaring mee. Maar voor het echte werk, de magie, voor het maken van verbinding, zet ik alleen de muziek in en then the magic happens. De cliënt en ik kijken elkaar ineens tegelijk aan, we lachen samen, hij of zij laat iets horen dat ik nog niet heb gehoord of maakt achteraf een opmerking als “dat was een droevig liedje” terwijl hij normaal nooit gevoelig is voor sfeer of emotie.

Als hulpverlener gaat het nu goed met mij. Ik heb genoeg klanten, ik kom rond, ik vind het leuk. Ik haal er bevestiging uit dat Muziektherapie de opleiding en het juiste vak is voor mij en wanneer ik het niet doe, word ik onrustig.

Vanmorgen moest ik met de bus terug naar Groningen, na een kennismakingsgesprek. Ik had netjes opgezocht hoe en wat qua bustijden, en mijn mooie overzichtje vertelde me wanneer de volgende bus zou gaan: over een uur. Ik liep maar naar de halte om te checken of mijn lijstje gelijk had, hopende van niet, maar het bleek te kloppen: ik was echt aan een lange straat beland waar wel auto’s reden, maar nauwelijks bussen. Drenthe, hè. Wacht, wel auto’s? Dat betekent liften! Ik at eerst mijn lunch op, het aan het universum overlatend of ik daarna opgepikt zou worden. En jawel, na mijn laatste hap lunch en drie keer mijn duim tevergeefs op te steken, stopte een brede, zwarte auto voor mijn neus. Een man in legerkleding, op weg naar de kazerne (stoer!) kon wel even omrijden langs het station. Hulde!

In de trein hield ik ineens het klapdeurtje bovenaan de trap open voor iedereen die achter mij kwam en kon ik de conducteur wel knuffelen. Wie goed doet..! Dit is het principe van ons samen–leven; help elkaar een beetje. Waarom ook niet?

Rolstoel

Afgelopen weekend was ik als hulpverlener bij het trainingsweekend van het Oranjeteam. Hun sport is boccia, een sport die vooral spastische mensen beoefenen. Het weekend is in Nijmegen, waar veel van het Nederlands team dichtbij wonen.

Een van de spelers is een meisje over wie ik wil vertellen. Ze zit een rolstoel. Een vrolijke meid van een jaar of 16. Ze heeft vaak een staart in haar donkerbruine haar, heeft lichte vrolijke ogen en neemt het sporten serieus. Ze heeft spelinzicht en als ik bij een teamwedstrijd samen met haar speel, gebruiken we al onze speel/overleg-tijd omdat we een goede keuze willen maken.
Al zestien jaar past ze zich aan aan de onmogelijkheden van onze maatschappij en haar ouders met haar. Helpen met eten en drinken bereiden. Brengen naar school. Tillen in en uit de rolstoel als er geen oprijstukje is bij de ingang van een gebouw. Niet leren rennen, dat kan niet met haar benen. Wel leren lezen en schrijven. Niet leren hoe ze een staart maakt in haar haar, want zo hoog komen haar armen niet door haar spasme. Wel leren steeds handiger met de rolstoel om te gaan en deze precies te besturen. Hiermee sterke armen kweken.

Op school, weet ik na stages op scholen voor kinderen met een lichamelijk handicap, leerde ze zoveel mogelijk zelf te doen. Niet misbruik maken van de hulpverleners om haar heen, maar zelf brood klaarmaken, opdrachten doen, kijken, plannen, samenwerken. En: zelf rollen door de gangen van de school. Vaak vraag ik, wanneer ik iemand ophaal bij de klas om naar muziek te gaan, of ik zal duwen of dat hij/zij dat zelf doet. Ik weet geen goede bewoording voor deze vraag; lopen ze, rollen ze? “Moet ik duwen” klinkt ook weer zo…
Ik loop achter haar in de gang. We gaan na de lunch weer richting sporthal om verder te trainen. Laatste stuk training van het weekend, van al dat gooien zijn de sporters moe in hun armen. Ik ben in gedachten over de duw-vraag-kwestie. Dan krijgt mijn interne vraag plots een antwoord. Zij hoort dat ik achter haar loop, stopt met moeizaam rollen, kijkt om en vraagt: “Wil je me meenemen?”

Don’t you worry, don’t you worry child

Dagje thuis. Thee gezet. Radio aan. Lang weekend werk gehad, dus ik mag even rustig aan. Rommelen in huis, opruimen, wat eten, krant lezen. Altijd met muziek aan. Nu: boemboemmuziek.
“Don’t you worry, don’t you worry child”

De deur naar de tuin staat open, dus ik zie de zon en het waait lekker door in huis. De beat knalt uit de speakers. Ik word er blij van, het tempo pept me op en de synth geeft me een zomers gevoel. Het vorige en het volgende nummer hebben ook een duidelijk aanwezige beat met daarbij een zanglijn met herkenbare melodie, snelle violen, opbouw naar het refrein toe. Elke drie minuten word ik zo getrakteerd op muziek die helpt om door te gaan en die energie geeft. Het ís ook allemaal ok, ookal kan ik me soms even druk maken en ligt niet alles vast (gelukkig niet!). Af en toe word ik er graag aan herinnerd door de zorgeloze zomermuziek.  I won’t worry.

Leerlingen, kennissen, bandgenoten, andere musici en vrienden vragen me vaak welke muziek ik zelf graag luister. Vaak zeg ik: gitaarmuziek zoals John Mayer, Ed Sheeran, Paolo Nutini, James Morrison. Dan de jazz van Jamie Cullum en vooral Ruben Hein, soms ook Norah Jones. Ik zoek bekende artiesten om degene die de vraag stelt, een antwoord te geven waarmee hij iets kan. Maar.. Eigenlijk.. luister ik ook vaak dance. De melodische dance, de dance die beats zet onder bekende nummers, die mash-ups maakt en muzikale links legt die ik in mijn hoofd ook vaak leg. Tijdens het hardlopen is het ook zo lekker om door te blijven gaan. De beat. Het ritme. Rechtdoor lopen. Vast tempo. Bam bam, bam bam. Stap stap, stap stap. Weer vier meter afgelegd.

Het gave bij muziektherapie en -les vind ik: links leggen voor iemand die dat zelf niet kan; muziek te verbinden aan acties. Wat luister je ’s ochtends bij het wakker worden, wat wil je spelen als je boos bent, welk melodietje loopt al een tijd door je hoofd en wil je leren? Activeren, tot rust komen, wat past bij jou en heb je nodig op welk moment? Zo leer ik iemand graag kennen. Dus, bij deze, ik luister John Mayer, maar ook Armin van Buuren, Afrojack, Swedish House Mafia!

Voordelen

Afgelopen weekend heb ik veel nieuwe mensen leren kennen. Vaak, tijdens het eerste gesprek, komen we op het onderwerp opleiding of werk. Ik voel de vraag vaak aankomen, als ik vertel dat ik muziektherapeut ben: “Muziektherapie.. Wat houdt dat dan precies in?” Tijdens de opleiding dacht ik dat ik na 4 jaar, als ik afgestudeerd zou zijn, wel zo vaak zou hebben uitgelegd wat het vak inhoudt dat ik een standaard verhaaltje zou hebben als de vraag weer kwam.
Het leuke is nu dat er inderdaad een deel standaard informatie is die ik vaak vertel, maar nu kan ik er ook bij zeggen dat ik het zelf opzet hier in Groningen.
Mijn gesprekspartner werkte 40 uur per week in loondienst op kantoor. Ze voelde zich af en toe wel een kantoormiep, zei ze. Alleen daarom al ben ik blij dat ik doe wat ik doe. Ik zit niet vast aan een plek, maar kom bij mensen thuis.

Later overdacht ik dit gesprek nog eens, en ik kwam tot de volgende bevredigende conclusie.
De voordelen van zelfstandig zijn:
– Eigen tijd indelen: ik heb geen baas die checkt of ik om 9 uur op kantoor zit;
– Geen werkgever: ik bepaal wat mijn werk inhoudt en hoe ik daar invulling aan geef;
– Geen vergaderingen die duur zijn en veel tijd kosten;
– Efficiënt werken: niet moeten produceren tussen 9 en 5, maar voorbereidingen, verslagen en nazoekwerk doen wanneer er ruimte voor is in mijn hoofd;
– Tussendoor pauze kunnen nemen als ik me even niet meer kan concentreren, zonder dat ik bang hoef te zijn wat mijn collega’s daarvan zullen vinden.

Ik vind het heerlijk.
Ik mis daarentegen wel face to face uitwisseling met collega’s, maar daar is gelukkig ook chat en skype voor. Vereiste voor zelfstandig werken is discipline en lef. En bovendien wilskracht. Knokken voor je plekje om werk te verrichten dat je vanuit je hart doet, durven springen en kijken wat er komt.